Wat bij een inbreuk op uw handels- of vennootschapsnaam?

Beschikt u over het recht op een handelsnaam, dan zal u zich kunnen verzetten tegen het gebruik van eenzelfde of gelijke benaming door een derde, indien u kan aantonen dat door dit gebruik een verwarringsgevaar ontstaat. Het volstaat daarbij dat een risico op verwarring wordt aangetoond. Een daadwerkelijke verwarring hoeft niet te worden bewezen.

Of er een risico op verwarring kan optreden, wordt beoordeeld op basis van drie criteria:

  1. De auditieve, visuele en begripsmatige overeenstemming tussen de handelsnaam en de naam waartegen u zich wenst te verzetten. Zijn beide benamingen identiek of sterk gelijkend dan ligt een risico op verwarring meer voor de hand dan wanneer beide namen slechts een te verwaarlozen of geen overeenstemming vertonen;
     
  2. De mate overeenstemming tussen de activiteiten die worden uitgeoefend onder de handelsnaam en onder de potentieel conflicterende benaming. Een hoge mate van overeenstemming zal makkelijker leiden tot verwarring;
     
  3. Het territorium waarbinnen beide ondernemingen actief zijn. Hier speelt de bekendheid van de handelsnaam een belangrijke rol. Is uw onderneming in gans België of de EU gekend onder haar handelsnaam (bv. een internationale restaurantketen), dan zal zij binnen dit territorium een bescherming genieten. Is uw onderneming maar actief op een lokale markt (bv. de buurtslager), dan beperkt de bescherming zich tot dit terrein;

Stelt u een inbreuk op uw handelsnaam vast en is het risico op verwarring aannemelijk, dan kan u de rechter vatten om de stopzetting van deze inbreuk te horen bevelen. 

Is er sprake van kwaad opzet, bijvoorbeeld omdat uw handelsnaam wordt afgebeeld op producten die niet van uw onderneming afkomstig zijn, dan kan ook een strafklacht worden ingediend.

Indien aan de voorwaarden is voldaan, zal u uw handelsnaam ook kunnen aanwenden om u te verzetten tegen een latere merkregistratie door een derde.