Voordelen/Nadelen

Voordelen

Geen registratie vereist

Het auteursrecht ontstaat automatisch, door de loutere creatie van een origineel werk.

De auteur hoeft dus geen administratieve, kostelijke en vaak langdurige procedure te doorlopen. Een enorm voordeel in vergelijking met bijvoorbeeld het merkenrecht en het octrooirecht die beide een formele registratie bij een officieel bureau vereisen om van het recht te kunnen genieten.

Hoewel de afwezigheid van een registratievereiste een aanzienlijk voordeel biedt, impliceert dit ineens ook een belangrijk nadeel: hoe kan je het auteursrecht immers bewijzen als er geen 'officieel spoor' van bestaat? Wat wanneer meerdere personen elk afzonderelijk beweren dat zij titularis zijn van het auteursrecht? Klik hier om te zien hoe u dit bewijsprobleem kan voorkomen.
 

Globale bescherming

Voldoet een werk aan de vereisten voor auteursrechtelijke bescherming, dan kan de auteur over de hele wereld bescherming inroepen voor zijn werk.

Dé mijlpaal in de ontwikkeling van het auteursrecht wordt immers gevormd door de Conventie van Bern van 9 september 1886, die nog steeds van kracht is ende basisprincipes vastlegt omtrent de bescherming van 'werken van 'letterkunde en kunst'. Bij de Conventie van Bern zijn intussen 168 landen aangesloten, zodat gerust mag worden gesproken van een wereldwijde bescherming.

Het begrip 'werken van letterkunde en kunst' is overigens misleidend, nu daaronder veel meer valt dan louter literaire of kunstwerken.
 

Zeer uitgebreide bescherming

En dit hoewel het auteursrecht geen registratie vereist.

De wet bepaalt: "Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk te reproduceren of te laten reproduceren."

Een voor niet-juristen misschien archaïsche omschrijving om te zeggen dat de auteur zich kan verzetten tegen zowat elke reproductie of bewerking van zijn werk.

Daarenboven verschaft het auteursrecht ook een aantal 'morele rechten' die zelfs niet aan een derde kunnen worden overgedragen, zoals het recht om steeds te eisen dat de naam van de auteur bij het werk vermeld wordt.
 

Nadelen

Er zijn er niet veel en natuurlijk zal men het voordeel van de ander vaak als een eigen nadeel beschouwen, maar één aspect verdient toch bijzondere aandacht: het gebrek aan een registratievereiste.

Hoewel de afwezigheid van een registratievereiste hierboven nog werd beschouwd als een belangrijk voordeel, is er een belangrijke keerzijde aan de medaille. De auteur wordt immers niet 'gedwongen' om zichzelf een bewijs te verschaffen van de datum waarop en de vorm waarin hij het werk heeft gecreëerd.

Het gemak waarmee een auteursrecht tot stand kan komen, leidt dan ook vaak tot ongemakken in de bewijsvoering wanneer later een geschil ontstaat. 

Wat immers wanneer meerdere personen beweren dat zij titularis zijn van het auteursrecht en geen van hen kan aantonen wanneer hij het werk heeft gecreëerd? Of wat indien de auteur er niet in slaagt aan te tonen wanneer hij zijn werk heeft gecreëerd terwijl de inbreukmaker net wel zijn voorzorgen heeft genomen en zo ten onrechte kan genieten van het wettelijk vermoeden?

De auteur die niet op zijn hoede is bij de creatie van zijn werk, kan later dus met heel onaangename verrassingen geconfronteerd worden. 

Gelukkig bestaan er wel heel wat hulpmiddelen om dit bewijsprobleem te ondervangen:

  1. Zo geldt het wettelijk vermoeden dat de persoon wiens naam of letterwoord voorkomt op het werk of een reproductie ervan, wordt beschouwd als de auteur.
     
    Zo'n naamsvermelding wordt vaak voorafgegaan door het '©'-teken en gevolgd door een datum. Het '©'-teken heeft een louter informatieve functie en is dus zeker geen wettelijke verplichting, maar het heeft wel een waarschuwend effect en wijst er minstens op dat er een "copyright" rust op het werk.

    Dit wettelijk vermoeden is echter weerlegbaar: het geldt maar totdat een ander erin slaagt het tegendeel te bewijzen.

    Hoewel het dus zeker tot aanbeveling strekt om uw werk waar mogelijk van een naam en datum te voorzien, volstaat dit vaak niet om een sluitend objectief bewijs te verkrijgen. Eenieder kan zijn naam op een werk vermelden en er geldt geen wettelijk vermoeden ten aanzien van de datum.

    Daarom is het in veel gevallen aangewezen om toch te kiezen voor een beperkte vorm van registratie.
     
  2. U kan er voor opteren om uw werk te deponeren bij een notaris of bij een auteursvereniging als SABAM, SOFAM of SCAM/SACD.

    Voor de notaris kan een 'authentieke akte' worden verleden die aan uw werk een vaste datum verleent. Dergelijke akte heeft een bijzondere bewijswaarde. De datum ervan zal naderhand niet door een ander kunnen betwist worden.

    Afhankelijk van de categorie waarbinnen uw werk zich situeert, kan u er ook voor opteren om uw werk te deponeren bij één van de officieel erkende auteursverenigingen:
     
    • SABAM: Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers. Voornamelijk gekend om het beheer van muzikale werken maar zeker ook thuis in bijvoorbeeld werken van beeldende kunst en dans;
    • SCAM: audiovisuele documentaire en radiodocumentaire, literatuur en andere geschriften, beelden, illustraties en foto’s, wetenschappelijk en pedagogisch werk, multimedia en non-fictie;
    • SACD: televisie- en radiofictie, bioscoopfilm, theater, dans, scènemuziek en multimediafictie;
    • SOFAM: visuele kunsten
       
  3. Tenslotte kan u opteren voor een I-depot bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Ook deze 'registratievorm' heeft tot doel u een bewijs te verschaffen van de datum waarop het werk werd gecreëerd. 

    Een I-depot kan u zowel online als per post aanvragen. Meer informatie vindt u via de website van het BBIE.