Het debat Tuymans - Van Giel: de stem van het auteursrecht

Het publiek debat Tuymans – Van Giel mist tot op heden nog steeds dé essentiële insteek, met name een correcte en duidelijke juridische omkadering. 

Een gemiste kans, want mocht men de discussie situeren binnen de regels van het auteursrecht, dan zou dit niet enkel toelaten om het debat op een correcte wijze te voeren, men zou het daarenboven kunnen hebben over de kern van de zaak: de rol en invloed van het auteursrecht in de kunstwereld maar ook - en vooral - in ons dagelijks leven. Het auteursrecht vraagt immers om bewustmaking van het publiek in tijden van Instagram, Facebook, digitale fotografie en de vele mogelijkheden om auteursrechtelijk beschermde werken op eenvoudige wijze te kopiëren, te bewerken of bekend te maken.

Door het debat niet te plaatsen in de juiste juridische context, wordt het publiek niet en zelfs verkeerd geïnformeerd. Nochtans merk ik in de praktijk regelmatig dat weinigen zich bewust zijn van de verregaande impact die het auteursrecht kan hebben.

Het auteursrecht biedt immers een zeer uitgebreide bescherming en kan vooral ook op een heel eenvoudige wijze, d.i. zonder registratie,  worden verkregen.

Wie een auteursrecht geniet, heeft een exclusief recht om zijn of haar werk op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren, waaronder het recht de toestemming te verlenen om een eigen werk te laten bewerken.

Bijzonder relevant voor de zaak Tuymans - Van Giel, is een uitspraak van Het Europees Hof van Justitie waarin het Hof heeft erkend dat ook een portretfoto auteursrechtelijke bescherming kan genieten (arrest C-145/10, "Painer") omdat "de auteur bij het maken daarvan op verschillende manieren en op verschillende momenten zijn vrije en creatieve keuzes zal kunnen maken". Met name door onder meer "de enscenering, de pose van de te fotograferen persoon, de belichting, de camera-instelling, de invalshoek, de gecreëerde sfeer, etc." te kiezen.

Er kan weinig twijfel over bestaan dat mevrouw Van Giel een auteursrecht geniet op haar foto, zodat haar werk niet zonder haar toestemming mag worden gereproduceerd, letterlijk of in bewerkte vorm.

In bepaalde gevallen vereist het auteursrecht dan weer geen toestemming van de auteur opdat anderen een reproductie zouden kunnen maken. Onder deze uitzonderingen valt onder meer de uitzondering van de karikatuur, parodie en pastiche waarop de heer Tuymans zijn verdediging baseert. Het ‘wit konijn uit de hoed’, wanneer elk ander verweermiddel dreigt te falen…

De beweerde parodie moet worden getoetst aan een aantal cumulatief te vervullen voorwaarden. Zo moet het werk waarvoor de uitzondering wordt ingeroepen getuigen van een duidelijke humoristische ondertoon, moet het werk zelf ook origineel zijn in de zin van het auteursrecht, moet het een kritische bestemming hebben, mag het geen verwarring veroorzaken met het origineel werk, mag het niet slechts een commercieel doel nastreven en mag het niet de bedoeling hebben om schade toe te brengen aan het oorspronkelijk werk.

De fout die al te vaak in het debat wordt gemaakt, bestaat erin dat artistieke argumenten worden aangewend om een beroep op de parodie-uitzondering te rechtvaardigen, terwijl de rechter er zich net moet voor hoeden geen artistieke argumenten aan te wenden.

Het is positief dat de objectieve toetsing door de rechter heeft geleid tot zoveel controverse, omdat het ons doet stilstaan bij de draagwijdte en impact van het auteursrecht en dit kan leiden tot een bewustmaking daaromtrent. Tenminste als het debat op een correcte wijze wordt gevoerd.