De Privacycommissie adviseert positief over het KB dat het gebruik van drones moet regelen.

Sinds geruime tijd wordt de Privacycommissie overstelpt met vragen over het gebruik van drones. Zowel professionelen (politie, bewakingsorganisaties,...) als particulieren vragen zich af of het gebruik van een drone wel te rijmen valt met de huidige privacywetgeving die intussen dateert van 1992. Een drone is immers vaak veel meer dan een eenvoudig modelvliegtuigje en kan tegenwoordig voor een relatief beperkt bedrag worden aangeschaft.

Een camera is vaak standaard gemonteerd en gesofisticeerde modellen bevatten soms ook apparatuur voor nachtzicht, licht- en warmtedetectie en zelfs moderne radartechnologie. De tuigjes zijn klein, wegen weinig en bewegen zich quasi geruisloos voort. Geen wonder dus dat deze recente technologie vragen oproept in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Een wetgevend kader dringt zich daarom op.

gesofisticeerde drones zijn vaak uitgerust met apparatuur voor nachtzicht, licht- en warmtedetectie en zelfs moderne radartechnologie.

Om aan deze nood tegemoet te komen, ligt intussen een ontwerp van Koninklijk besluit voor betreffende "op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim". Op 18 mei 2015 verzocht huidig minister van mobiliteit, mevrouw Jacqueline Galant, om een advies van de Privacycommissie. Op 22 juli 2015 gaf de Privacycommissie haar advies dat ook recent werd gepubliceerd op haar website (Advies nr 32/2015 van 22 juli 2015)

Het is opmerkelijk dat de Privacycommissie positief adviseert over de ontwerptekst van het KB, terwijl ze de technologie anderzijds wel als bijzonder intrusief beschouwt. Zo stelt de Commissie dat operationele drones dikwijls moeilijk waarneembaar zijn, dat het vaak zeer moeilijk is om te achterhalen wie de drone bestuurt en dat de drones toch een zeer brede waaier aan (persoonlijke) informatie kunnen verzamelen. 

Men zou kunnen denken dat dit positief advies dan ook impliceert dat het KB een sluitende bescherming biedt van de persoonlijke levensfeer binnen het kader van het particulier en professioneel gebruik van drones. Dit blijkt echter niet helemaal waar...

Zo stelt de ontwerptekst van het KB dat de regeling niet van toepassing is op drones die niet meer dan 1 kg wegen en waarvan het effectief gebruik voldoet aan 6 wettelijke voorwaarden.

Artikel 3, §2 van het KB stelt concreet dat de bepalingen van artikel 4 e.v. niet van toepassing zijn ten aanzien van:

"luchtvaartuigen die al dan niet exclusief ontworpen of bestemd zijn om gebruikt te worden als spel door kinderen van minder dan 14 jaar, alsook niet op de modelluchtvaartuigen die met een uitsluitend recreatief doel gebruikt worden, indien de maximale startmassa van deze modelluchtvaartuigen minder dan 1 kg bedraagt en hun gebruik voldoet aan de volgende 6 cumulatieve voorwaarden:

  1. ze vliegen op een maximale hoogte van 10m boven de grond;
  2. ze worden gebruikt in de privé-sfeer en buiten de openbare ruimte in de bebouwde kom;
  3. ze vliegen niet in een straal van 3km rond een luchthaven of een civiel of militair luchtvaartterrein;
  4. ze vliegen niet boven een industrieel complex, een gevangenis, de LNG-terminal van Zeebrugge, een kerncentrale of een groot aantal mensen in open lucht;
  5. De gebruiker zorgt ervoor om de veiligheid van andere luchtvaartuigen, personen of goederen op de grond niet in gevaar te brengen; en
  6. De gebruiker houdt zich aan de bepalingen inzake de toepasselijke regelgeving inzake privacy.

De Privacycommissie merkt terecht op dat nagenoeg alle voor particulieren beschikbare drones onder deze uitzondering vallen én dat deze drones vaak voorzien zijn van een "performante HD camera". Het KB schrijft weliswaar voor dat de gebruiker van dergelijke drone  zich dient te houden aan de "regelgeving inzake privacy", maar het valt te betreuren dat dit niet nader is uitgewerkt.

In het bijzonder omdat vele van de 6 cumulatieve voorwaarden voor velerlei interpretatie vatbaar of moeilijk controleerbaar zijn, zoals ook de Privacycommissie opmerkt. Vanaf wanneer spreekt men immers van een "groot aantal mensen in open lucht", hoe gaat de goede huisvader als een normaal zorgvuldig persoon met zijn drone om en hoe zal men controleren of de drone zich niet hoger of dichter dan toegelaten bevindt?

Terecht verbindt de Privacycommissie aan haar gunstig advies daarom het voorbehoud dat rekening wordt gehouden met onder meer voornoemde opmerking. Het valt nog af te wachten of de wetgever deze bedenkingen bij de redactie van het definitief KB ook daadwerkelijk in overweging zal nemen.

Zoals nu opgesteld, lijkt het KB alvast zijn doel voorbij te schieten waar het geen duidelijke criteria vooropstelt voor het occasioneel particulier gebruik van drones en desgevallend slechts verwijst naar de bestaande Privacywet van 1992.