Belgische kledij- en cosmeticasector lijdt onder namaak.

Uit een pilootstudie van het "European Observatory on infringements of Intellectual Property Rights" (EOIPR) blijkt dat België ernstig lijdt onder namaak in de kledij- en cosmeticasector. Vergeleken met haar buurlanden, is België er overigens het slechtst aan toe.

Door namaakgoederen zou de belgische kledijsector maar liefst 15% inboeten aan verkoopcijfers

Men heeft al meermaals geprobeerd om de impact van namaak op de economie in cijfers te vatten. Aangezien het een gesloten circuit betreft, blijkt het niet eenvoudig om betrouwbare data te verzamelen. Door een nieuwe methode toe te passen die de verkoopvoorspellingen met de werkelijke verkoopcijfers vergelijkt aan de hand van statistische technieken waarbij sociale en economische factoren worden overwogen, stelt het EOIPR erin te zijn geslaagd om een waarheidsgetrouw beeld te schetsen van de invloed van namaak op de Europese economie.  

Het resultaat van deze studie wordt uitgedrukt in een percentage van verlies aan verkoop per sector. Het EOIPR heeft haar methode toegepast in zowel de kledij- als de cosmeticasector en dit voor alle landen van de EU. De resultaten zijn opmerkelijk en liggen voor bepaalde landen toch wel bijzonder hoog:

Gemiddeld verlies van verkoop per sector (%)

Ook Slovakije Slovenië en het Verenigd Koninkrijk werden opgenomen in deze studie. De cijfers van deze landen bedragen voor de kledij- en cosmeticasector respectievelijk 9,2 & 8,7, 13,7 & 5,8 en 8,0 & 6,0 % (bron: European Observatory on the infringement of Intellectual Property Rights).

De beste leerling van de klas blijkt Finland, met een verlies van amper 3 % en 1 % in respectievelijk de cosmetica- en kledijsector. Litouwen kampt daarentegen met een ernstig probleem, waar het een verlies van bijna 1/4 van de verkoop noteert in de kledijsector.

Ook de Belgische economie blijft duidelijk niet gespaard van namaak: 14 % verlies in de kledijsector en 15 % in de cosmeticasector. België scoort daarmee een stuk slechter dan het Europees gemiddelde dat respectievelijk 9,7 % en 7,8 % bedraagt.

Het EOIPR plant in de nabije toekomst nog studies in de volgende sectoren: bagage en handtassen, uurwerken en juwelen, sportartikelen, medicijnen, tabakswaren, alcoholische dranken, speelgoed, computers en auto-onderdelen. 

Het is nog niet duidelijk wat de volgende stap zal zijn, maar het valt te verwachten dat de verzamelde gegevens zullen dienen om een gezamenlijke, Europese aanpak tegen namaak beter te organiseren.

De volledige rapporten kan u hier lezen: